
uit Vraag en Antwoord 1 / Module Q
natuurlijk gezond groen positief alternatief
uit Vraag en Antwoord 1 / Module Q
We kauwen niet voldoende op ons voedsel.
Als je wil begrijpen wat er precies gebeurt tijdens de spijsvertering, begin je best bij een studie van wat er gebeurt in de mond. Niet voor niets wordt de mond “de keuken van het menselijk organisme” genoemd (Dr. Nolfi). Het is de plaats, waar het voedsel wordt bewerkt, dit is gekauwd, verkleind, ingespeekseld, verwarmd of afgekoeld… Kauwen is een verzameling van elkaar aanvullende activiteiten :
Er zijn veel aspecten aan voeding, zoals wat, wanneer, hoeveel, en elk van die onderdelen hebben we in de hand. Een ander probleem is dat we ons voedsel niet voldoende kauwen voordat we het doorslikken. We slikken ons voedsel door zonder onze tanden de kans te geven het voedsel te breken. Dit zorgt voor extra stress op het spijsverteringsstelsel. Kauwen en inspeekselen is vooral van belang voor zetmeelrijk voedsel. Dat is van nature droog en dwingt tot veel kauwen, denk bv aan een kastanje. Maar we zijn een beetje lui geworden en soppen ons veel te malse broodje in koffie of thee, zodat het zonder moeite door het keelgat glijdt… Daar wordt weinig over nagedacht wat er nu moet gebeuren, want hoe kan de spijsvertering daarvan ooit efficiënt verlopen, als de vertering van zetmeel nu moet verlopen zonder het startersenzym amylase. En dan hebben we het niet eens over de combinatie waarin dit werd gegeten… Dus hebben we leren leven en denken met zuuroprispingen en zuuronderdrukkers… Dat is een hele handel geworden en voor sommigen is het leven ondenkbaar zonder zuurremmers.
Een rijke afgifte van speeksel is noodzakelijk voor de vertering van zetmeel. Speeksel is geen water of kan ook niet vervangen worden door één of andere vloeistof. Speeksel is een waterige lichaamsvloeistof waarin verteringsenzymen opgelost zijn. Het gaat hierbij vooral om het verteringsenzym ptyaline.
In de mond begint de spijsvertering. Hier wordt alles goedgemaakt of verloren. Deze aanzet van de spijsvertering is van kapitaal belang, vooral voor de vertering van zetmeelhoudende voeding. Vooral zetmeel moet langdurig ingespeekseld en bewerkt worden in de mond. Een oude volkswijsheid vertelt ons om minstens vijftig maal op een stuk brood te kauwen tot het vloeibaar is geworden en liefst kan je zetmeel zo droog mogelijk eten zodat je verplicht wordt er lang op te kauwen. Tijdens het kauwen proeft men reeds het begin van de chemische veranderingen : de voedselbrij wordt zoeter naarmate men meer kauwt. Jammer genoeg hebben vele mensen het moeilijk met kauwen. In deze tijd, waarin alles snel moet gaan, zien wij op het vlak van de maaltijden de snelle ideeën uit de pan springen. Alles moet snel gaan, ook eten…
We hebben spijsverteringsproblemen vanwege de afnemende hoeveelheden spijsverteringssappen en enzymen die in ons systeem zitten door jarenlang te veel vlees en gekookt voedsel te eten. Een van de grootste boosdoeners is het eten van magnetronvoedsel. Telkens wanneer we ons voedsel in de magnetron zetten, veranderen we het automatisch in een stof die ons spijsverteringsstelsel extra belast. Je kunt er jaren mee wegkomen… maar je kunt de Natuur niet voor de gek houden! Wees er zeker van dat je zonden je zullen achterna lopen…
De lever, galblaas, maag, pancreas, nieren en het belangrijkste, de dikke darm zijn de laboratoria van het lichaam. Maar dit zijn de meest mishandelde organen van ons menselijk lichaam!
Vergelijk het leven van vandaag met de levensstijl van degenen die 100 jaar geleden leefden. Hun levensstijl was eenvoudig, dag na dag. Ze hadden geen storingen zoals radio, televisie, mobiele telefoons, computers en fastfoodrestaurants of auto’s. Het leven was eenvoudig. Ze liepen naar hun werk of namen paard en wagen. De avonden werden besteed aan lezen of bezoeken. Ze aten voedsel dat werd verbouwd op boerderijen waar de grond en planten niet waren vergiftigd met chemische meststoffen. Om te sporten… liepen kinderen naar school. Tegenwoordig brengen scholen de kinderen met de bus naar school en geven ze vervolgens miljoenen uit om gymzalen te bouwen zodat ze kunnen sporten.
We hebben ook problemen met ons spijsverteringsstelsel vanwege fysieke, mentale en emotionele spanningen die de normale ritmes van ons lichaam verstoren. Dit zorgt voor veel problemen en sommigen drukken het uit “dat ze in de knoop zijn met zichzelf”.
Spijsverteringsproblemen worden beschouwd als de nummer één reden voor ziekenhuisopnames. Vanuit het oogpunt van de bevolking… gaat het om één op de drie mensen! Dit zorgt voor een enorme zorgkost!
Maakt suiker dik ?
Petr Cech in “Fruit can save your ass“
Suiker wordt vaak verweten dat het mensen met overgewicht maakt. Er is bijna een oorlog tegen suiker; sommigen vermijden het alsof het een soort ongedierte is. Velen zullen tegenwoordig eiwitrijke en suikerarme diëten volgen in een wanhopige poging om af te vallen, maar het leidt maar al te vaak tot verlies van gezondheid. Maar is het echt de suiker die we de schuld moeten geven van overgewicht, en wat is mijn ervaring na meer dan 14 jaar een dieet te hebben gevolgd dat bestaat uit 80-90% van de geconsumeerde calorieën onder de vorm van koolhydraten? Nou, ik stel voor dat je kijkt naar het onderzoek van de prominente Deense professor in voedingswetenschap, Arne Astrup. Samen met twee collega’s heeft hij in 2003 een artikel geschreven met de titel ‘Koolhydraten maken niet dik’. In het artikel gaat Arne Astrup in op de hoax over suiker en de epidemie van obesitas. Suiker wordt naar eigen zeggen bijna nooit omgezet in vet in het menselijk lichaam. Zelfs als we meer eten dan onze energiebehoefte en we onze glycogeenvoorraden aanvullen, zal ons lichaam de oxidatie van suiker verhogen en de oxidatie van vet verminderen en vet gaan afzetten in vetweefsel (vetcellen). Mijn ervaring is dat als ik alleen fruit en groenten eet met een hoog watergehalte en een laag vetgehalte, zoals meloenen, mango’s, papaja’s, nectarines of sinaasappels, het voor mij simpelweg onmogelijk is om dik te worden, hoeveel ik ook eet. Simpel gezegd, niemand kan mogelijk alleen fruit met een hoog watergehalte zoals watermeloenen eten en dik worden, ongeacht hoeveel ze in hun maag kunnen stoppen. Maar als ik meer geconcentreerd fruit eet, met een lager watergehalte en een hoger caloriegehalte, zoals bananen en dadels, en ik eet veel meer dan mijn energiebehoefte, dan kan ik een klein beetje aankomen in de vorm van vet. Het is waarschijnlijk niet omdat de suiker wordt omgezet in vet, maar omdat elk fruit wat vet bevat en dit vet zal worden afgezet in vetweefsel als we veel meer eten dan onze energiebehoefte is en onze glycogeenvoorraden maximaal vullen. Maar overgewicht krijgen op een dieet met vers, sappig fruit en een laag vetgehalte klinkt mij als sciencefiction in de oren, ook omdat ik nog nooit iemand heb ontmoet die dit voor elkaar heeft gekregen.
en de suikerspiegel bij het eten van fruit ?
Ik heb er nooit bij stilgestaan dat het eten van fruit problemen met je bloedsuikerspiegel kan veroorzaken. Maar op een dag werd mij gevraagd door een van mijn vrienden, die een boek had geschreven over hoe je je bloedsuikerspiegel kunt stabiliseren, of ik mezelf een dag lang kon testen en bloedsuikermetingen kon doen.
Ik moet zeggen dat ik een beetje nieuwsgierig was toen ik mijn bloedsuiker begon te meten: wat zouden de waarden zijn? ‘S Avonds, toen ik klaar was met de laatste meting, was ik een beetje verrast. Niet omdat de waarden te laag of te hoog waren. Ze waren gewoon normaal, het laagst voor de maaltijd met 4,8 mmol/L en het hoogst na de maaltijd met 5,6 mmol/L. Nadat ik de metingen aan mijn vriendin had teruggegeven, vertelde ze me dat een dieet met veel fruit en groenten en weinig vet het beste dieet was dat ze ooit had gezien om een stabiele bloedsuikerspiegel te behouden, aangezien ze al vele jaren met verschillende diëten had geëxperimenteerd om de meest optimale te vinden.
Als er sprake is in dat artikel van “suiker”, gaat het niet om geïsoleerde industriesuiker, maar om de natuurlijke suikers, zoals ze in fruit voorkomen. Natuurlijke suikers in combinatie met hun natuurlijke drager, reageren in het lichaam compleet verschillend tov geïsoleerde suiker.
In 1930 werd er onderzoek gedaan om het effect van voedsel (gekookt/bewerkt vs. rauw/natuurlijk) op het immuunsysteem aan te tonen. Het werd getest en gedocumenteerd aan het Instituut voor Klinische Chemie in Lausanne, Zwitserland, onder leiding van Dr. Paul Kouchakoff.
De ontdekking van Dr. Kouchakoff had betrekking op de leukocyten (de witte bloedcellen). Er werd vastgesteld dat nadat een persoon gekookt voedsel heeft gegeten, zijn/haar bloed onmiddellijk reageert door het aantal van deze cellen te verhogen. Een toename van het aantal leukocyten na het eten is een bekend fenomeen dat ‘spijsverteringsleukocytose’ wordt genoemd.
Aangezien digestieve leukocytose altijd werd waargenomen na het eten, werd dit als een normale fysiologische reactie beschouwd. Niemand wist waarom het aantal witte bloedcellen zou stijgen. Het leek een stressreactie te zijn – alsof het lichaam reageerde op iets schadelijks, zoals de blootstelling aan giftige chemicaliën, een infectie of een soort trauma.
Bij het bestuderen van de invloed van voedsel op menselijk bloed deden ze een opmerkelijke ontdekking. Ze ontdekten dat het eten van rauw voedsel, of voedsel dat bij lage temperaturen werd bereid, geen enkele reactie in het bloed veroorzaakte. Maar, als een voedingsmiddel boven een bepaalde temperatuur was verwarmd (uniek voor elk voedingsmiddel), of als het voedingsmiddel werd verwerkt (geraffineerd, als er chemicaliën werden toegevoegd, enz.), veroorzaakte dit altijd een stijging van het aantal witte bloedcellen in het bloed.
De onderzoekers noemden deze reactie “pathologische leukocytose”, omdat het lichaam reageerde op sterk veranderd voedsel. Ze testten veel verschillende soorten voedsel en ontdekten opnieuw dat als voedsel niet oververhit of geraffineerd was, ze zo’n reactie niet veroorzaakten. Het lichaam zag ze alleen als ‘vriendelijk voedsel’. Als deze zelfde voedingsmiddelen echter op een te hoge temperatuur werden verhit zoals bij bakken of frituren, veroorzaakten ze een negatieve reactie in het bloed, een reactie die alleen wordt gevonden wanneer het lichaam wordt door een ziekteverwekker wordt belaagd of een soort trauma ervaart.
De ergste overtreders van allemaal, verhit of niet, waren geraffineerde, bewerkte voedingsmiddelen (zoals witte bloem of witte rijst), voedingsmiddelen die waren gehomogeniseerd (een proces waarbij het vet in melk wordt onderworpen aan kunstmatige suspensie), voedingsmiddelen die waren gepasteuriseerd (flash-verwarmd bij hoge temperaturen om bacteriën te doden – ook in melk), of voedsel dat was geconserveerd met chemicaliën om bederf tegen te gaan of om de smaak of textuur te verbeteren.
Met andere woorden, voedingsmiddelen die de grootste boosdoeners waren, waren die welke waren veranderd van hun oorspronkelijke staat. Goede voorbeelden van schadelijke voedingsmiddelen zijn alle vormen van verhit vet, gepasteuriseerde melk, chocolade, margarine, suiker, snoep, witte bloem en gewoon zout. De onderzoekers ontdekten dat als deze gewijzigde, chemisch verbeterde voedingsmiddelen grondig werden gekauwd, de schade aan het bloed zou kunnen worden verminderd. Bovendien was een andere verbazingwekkende bevinding dat als een deel van hetzelfde rauwe voedsel wordt gegeten met zijn gekookte tegenhanger, de pathologische reactie in het bloed wordt geminimaliseerd. De moraal van het verhaal is echter niet om manieren te vinden om ze minder schadelijk te maken, maar om deze onnatuurlijke, bewerkte voedingsmiddelen helemaal te vermijden. Vervang ze voor een optimale gezondheid door heerlijke, complete rauwe voedingsmiddelen.
“De voordelen van het eten van groenten, zijn veel groter dan de mogelijke nadelen van nitraten.”
Nitraat, aanwezig in alle plantaardige voedingsmiddelen en vooral in bladgroenten, zou niet alleen potentieel negatieve effecten hebben op de gezondheid, maar zou vooral ook potentieel positieve effecten bezitten.
Lange tijd werd er gewaarschuwd tegen nitraat. Er werden veiligheidsmarges ingesteld voor bladgroenten in de winter en zomer, omdat stikstofrijke (over)bemesting in periodes met weinig zonlicht gemakkelijk leidt tot een verhoogd nitraatgehalte in groenten. Te weinig licht naar ratio van de groei, zorgt voor verhoogde nitraatconcentraties. Om die redden hebben nitraatrijke groenten zoals spinazie, sla of andijvie reeds geruime tijd een negatief imago. Dierproeven hebben aangetoond dat nitrosaminen en andere metabolieten van nitraat en nitriet carcinogene eigenschappen hebben. Recent besteedt de medische en algemene pers ook aandacht aan de positieve gezondheidseffecten van nitraat in de voeding. Nieuwe onderzoeken hebben aangetoond dat nitraat uit de voeding via metabolische weg wordt omgezet tot stikstofmonoxide (NO) wat een beschermende functie heeft tegen infecties, sportprestaties kan verbeteren en hart- en vaatziekten kan helpen voorkomen.
Omzetting van nitraat
Nitraat (NO3-) heeft rechtstreeks weinig effect op de gezondheid. De bekende gezondheidseffecten, zowel positieve als negatieve, zijn gekoppeld aan de omzetting van nitraat naar nitriet (NO2-) en hiervan afgeleide metabolieten. Het overgrote deel van het nitraat dat via de voeding wordt opgenomen wordt binnen de 24 uur via de nieren uitgescheiden. Gemiddeld 25% wordt na primaire absorptie vanuit het bovenste gedeelte van de dunne darm en na transport via het plasma teruggevonden in het speeksel. Bacteriën aanwezig in de mond zetten ongeveer 20% van het nitraat in het speeksel om naar nitriet. Uiteindelijk wordt er in de mond dus slechts ongeveer 5% van het nitraat dat via de voeding wordt opgenomen gereduceerd tot nitriet. Een klein deel van het nitriet dat in de mond wordt gevormd, wordt verder gereduceerd tot stikstofmonoxide (NO). Het grootste deel wordt echter ingeslikt en in het zure milieu van de maag afgebroken tot een complex mengsel van stikstofoxides (NOx), waaronder salpeterigzuur (HNO2), stikstofdioxide (NO2), stikstoftrioxide (N2O3) en stikstofmonoxide (NO). Nitriet kan ook reageren met vitamine C (ascorbinezuur) en zo NO vormen. Tenslotte kan nitriet in de maag reageren met amines uit de voeding en nitrosamines vormen. De biochemie achter al deze omzettingsreacties is bijzonder complex en het zijn gewoonlijk niet de normale spijsverteringsactiviteiten die leiden naar dit punt, maar gewoonlijk al de processen die het voedingsmiddel zelf vooraf heeft doorlopen, zoals verwerking, bereiding, verhitting, oxidatie… waardoor de impact verhoogt en de fasering versnelt.
Stikstofmonoxide (NO)
Stikstofmonoxide (NO) speelt een belangrijke rol in het menselijk lichaam omwille van:
* bescherming tegen cardiovasculaire ziekten (o.a. via vasodilaterend effect van NO);
* verbetering van sportprestaties (dankzij efficiëntere werking van de mitochondriën in de spieren);
* bescherming tegen bacteriële infecties (dankzij bacteriocide werking van NO en nitriet).
NO wordt in de cellen gesynthetiseerd uit het aminozuur L-arginine. De productie van NO in de maag, zoals eerder beschreven, ligt echter tot 10.000 maal hoger dan de synthese in de cellen. Naar aanleiding van deze vaststelling werd het effect van nitraat uit de voeding op de gezondheid herbekeken.
Nitrosaminen
Toxicologische studies tonen ontegensprekelijk aan dat nitrosaminen, die in de maag uit nitraat via nitriet kunnen worden gevormd, potentiële carcinogenen zijn. Epidemiologische studies vinden echter geen verband tussen de nitraatinname en een verhoogd risico op kanker van de maag, de hersenen, de slokdarm, de neus of de keel. De inname van groenten, inclusief nitraatrijke groenten, is integendeel geassocieerd met een lager risico op bepaalde vormen van kanker dan met een hoger risico.
Feit is dat er veel kan gedaan worden om te vermijden dat bladgroenten extreme nitraatwaarden bevatten. Vooral in de koudere dagen van het jaar is het raadzaam om ‘op oude kracht’ te telen. De groei zal trager zijn, maar het resultaat zal beter (mineraalrijker en nitraatarmer) zijn. Kies vooral voor soorten die ook weelderig groeien zonder extra bemesting, bv winterpostelein.
Voor de commerciële teelt is dat geen optie, maar in ieder geval voor de amateurtuinier die zichzelf voorziet van veel wintergroen in een koude kas.
Praktisch: